Pedagogiek van op je bek gaan

Het tweedejaars Creative Lab van Docent Theater Zwolle

De opleiding Docent Theater Zwolle is in studiejaar 2017 — 2018 gestart met een grootscheepse curriculum-innovatie van het eerste en tweede studiejaar, het Creative Lab. Dit verhaal beschrijft het Creative Lab van het tweede jaar. De visie achter het Creative Lab is dat je je kunstenaarschap optimaal moet ontwikkelen om een goede theater docent te worden. Lotte (student) en Boris (docent) vertellen over hun ervaringen met Creative Lab.

Het Creative Lab:

  1. Doel is het ontwikkelen van kunstenaarschap, de artistieke identiteit
  2. Geen opdrachten, de student initieert zelf zijn werk
  3. Elke week theatraal werk tonen (theaterstuk, interactieve performance et cetera), waarna groepsgesprek
  4. Peer-to-peer learning
  5. Thematiek: de ander
  6. Het werk hoeft niet ‘af’, toon je probeersels en fouten
  7. Risicobereidheid, lef tonen, op je bek gaan voor de groep
  8. Veel afval produceren en bewaren
  9. Toepassen van het geleerde in een andere context met Teachers College
  10. Beoordelingscriteria: inzet en documentatie van het werk (niet: kwaliteit van het werk)

Lef tonen

Lotte: Het Creative Lab heeft als thema ‘de ander’. Binnen deze thematiek ben ik gestart met een focus op beweging. Geoffrey en ik hadden eerst samen bewegingen geïnventariseerd en die gingen we abstraheren en stileren. We experimenteerden bijvoorbeeld met de grootte van de bewegingen. Dat lieten we toch weer los. We wilden ons meer ontwikkelen naar ‘lelijke’ kunst en minder het esthetische benadrukken.

Je mag bij het Creative Lab switchen, met totaal iets nieuws aan de gang gaan als dat jou helpt in je ontwikkeling. Dit klinkt heel vrij en dat is Creative Lab ook. Er zijn echter ook regels. Je moet wel elke vrijdag je werk tonen, een theatrale presentatie of performance geven van waar je die week aan gewerkt hebt. Dit hoeft geen ‘af’ werk te zijn, maar het moet theatraal werk zijn (een theaterstuk of performance). Het hoeft dus niet mooi en het hoeft niet goed. En juist dat vind ik heel lastig. Ik ben eigenlijk erg perfectionistisch. Ik wil eerst helemaal achter mijn product staan en het dan pas laten zien.

Waar het Creative Lab echt over gaat, is de artistieke identiteit van de student

Bij het Creative Lab gaat het er puur om dat je lef toont en dat je risicobereidheid demonstreert. Toen ben ik echt iets gaan doen dat ik nog nooit gedaan heb: samen de vloer op gaan met slechts een beperkt aantal afspraken. Boris stelde voor om helemaal geen afspraken te maken. Dan krijg je pas echt contactimprovisatie, zei hij. We hebben dit geprobeerd, een hele performance zonder afspraken. Alleen de muziek lag vast. Het was een openbaring, het was een groot feest! Op gegeven moment gingen we het publiek erbij betrekken. Het werd een heel speels gebeuren. Het was voor ons heel bevrijdend en een grote uitdaging. Ik kreeg echter als feedback dat het eigenlijk nog vrij veilig was, het kon extremer.

Fotograaf: Emmanuelle Deli
Fotograaf: Carolien Tiedema

Kunstenaarschap

Boris: Creative Lab is ontstaan omdat we zagen dat studenten in het derde en vierde jaar geregeld moeite hadden om het onderwijs echt naar zich toe te trekken. Zelf vanuit eigenaarschap hun ontwikkeling sturen is niet vanzelfsprekend voor een behoorlijke groep studenten. Het kunstenaarschap moest meer centraal komen te staan.

In het propedeutisch jaar hebben de studenten een vol programma met vakken en opdrachten. Het Creative Lab doorbreekt dit en richt zich op fundamentele vragen. Hoe wil ik mijn studie verder inrichten? Wat wil ik met het vak? Welke thema’s en onderwerpen zijn voor mij belangrijk? Welke stijl van theater vind ik interessant? Welke combinatie zoek ik tussen theater en onderwijs? Met die vragen hopen we dat studenten meer sturing geven aan hun eigen ontwikkeling.

Artistieke identiteit

Waar het Creative Lab echt over gaat, is de artistieke identiteit van de student. Artistieke identiteit ontstaat als persoonlijke en artistieke noodzaak samengaan in combinatie met een theatraal handschrift.

Het Creative Lab hanteert een didactische strategie die een momentum moet creëren waarin de studenten zoveel mogelijk, zo niet volledig, eigenaar worden van hun eigen leerproces. Het ideaal is docent-onafhankelijk studeren en uiteindelijk in de toekomst misschien zelfs instituut-loos studeren. Het is een persoonlijk onderzoek naar wat jou als theatermaker kenmerkt, waarin je als student een individueel proces volgt en zo tot oorspronkelijk werk komt. Hopelijk resulterend in bewustzijn over de artistieke identiteit.

Het Creative Lab vraagt hiermee een hoge mate van risicobereidheid van alle deelnemers. Zonder risico’s geen goed onderwijs.

Contact met de ander

Lotte: Geoffrey en ik hebben de feedback ter harte genomen en zijn op eigen initiatief met bewegingsdocent Mirthe om de tafel gegaan. Docenten binnen het Creative Lab zijn geen klassieke docenten, maar meer gelijken, collega-theatermakers.

Alle docenten hadden zich in ‘ontmoetingen’ voorgesteld door over hun eigen theaterwerk te vertellen. De term ‘ontmoeting’ houdt tweerichtingsverkeer in. Daardoor kon ik heel gericht voor Mirthe kiezen, omdat haar werk mij ontzettend aanspreekt. Mirthe wilde ons niet zozeer coachen, maar samen theater maken.

We zijn samen met z’n drieën, als een collectief, de straat op gegaan, op zoek naar contact met de ander. We gingen een uur lang improviserend bewegen in de stad, op drie verschillende plekken.

Voor mij is ‘de straat op’ echt een next level, ontzettend spannend, helemaal uit mijn comfortzone. Waarom volgen we niet meer onze impulsen? We zitten allemaal ingekaderd in wat ‘normaal’ schijnt te zijn. Iedereen keek ons aan alsof ze water zagen branden. Toch denk ik dat het belangrijk is mensen iets nieuws te bieden. We leven langs elkaar heen en we kijken elkaar niet aan. Theater kan dit doorbreken.

Pedagogiek van op je bek gaan

Boris: Ik vond het Creative Lab ook erg lastig als docent: levert dit wel genoeg op? Zeven weken onderwijstijd investeren is niet mis. Ik ben namelijk gewend heel veel van studenten te vragen en heel veel aan te bieden. Nu lag het initiatief bij de student, waardoor ik als docent veel minder sturingsmogelijkheden heb om in te grijpen als ik zie dat studenten weinig doen. Die studenten dachten: Ach, ik heb zeven weken, zeeën van tijd. Als je die studenten dan weer achter de broek aan gaat zitten dan schiet je tekort als docent in het Creative Lab.

Studenten moeten zelf tot inzichten komen en als ze daarvoor dan eerst drie weken moeten lanterfanten, dan moet ik dat bij de student laten. De pedagogiek van op je bek gaan noem ik dat.

Verdrinken

Lotte: Er ontstonden spanningen. Docenten zeiden op een gegeven moment dat de productie omhoog moest omdat ze te weinig zagen. Toen kreeg je natuurlijk tegengeluiden van de studenten. We hoefden toch niks? Er was toch niks verplicht? Waarom moest de productie dan omhoog? Het product werd toch niet beoordeeld? Zelf vond ik het wel een uitdaging om steeds iets te laten zien; zo kon ik meer wennen aan het trial and error-systeem.

Er was veel verwarring en er ontstond een discussie. Toon je fouten, werd er toen gezegd. Zonder getoond werk wordt het gesprek te abstract, was de redenatie. Het mag een fragment zijn en het hoeft niet ‘goed’ te zijn.

Daar mag nog wel meer focus op komen te liggen wat mij betreft. Want ik merkte om me heen dat mensen dichtsloegen. Dat ze toch dachten: nu moet ik iets laten zien en nu moet het goed zijn. Zelf kon ik soms ook maar net mijn hoofd boven water houden. Ik miste de veilige structuur van de vaktraining van het eerste jaar. Ik had de paar begeleidingsmomenten echt nodig, anders was ik denk ik verdronken.

Peers

Op één vrijdagmiddag waren we al begonnen met de theatrale presentaties zonder de docenten. Het was al laat en we hadden weinig tijd. Als de docenten peers zijn en geen docenten, maakt het ook niet uit of ze erbij zijn of niet, dachten sommige studenten. Maar dit werd niet gewaardeerd door de docenten. Zij voelden zich buitengesloten, wat uiteraard niet de bedoeling was.

Het was voor beide partijen wel verwarrend: wat moeten we nou eigenlijk met die nieuwe rollen van docenten en studenten? Aan de ene kant uitdragen dat docenten en studenten gelijk zijn, maar aan de andere kant een duidelijk hiërarchische structuur neerzetten? Best frustrerend allemaal. En daarbij komt nog dat ook de actievere inbreng van de medestudenten bij het tonen en nabespreken van je werk gewoon best eng was. Er kwamen zoveel meningen op je af waar je dan iets mee moest. En je verhouden tot je medestudenten is nog veel spannender voor mij dan je verhouden tot je docenten.

Vertrouwen geven

In de laatste week van het Creative Lab hebben we samengewerkt met de ander, met studenten van het Teachers College Windesheim. We waren met drie studenten Docent Theater en drie studenten Teachers College. Wij brachten onze onderwerpen in en zijn aan de slag gegaan met contact, met bespreken van moeilijke onderwerpen en met inzetten van materiaal in de performance. Al deze elementen hebben we gecombineerd.

Voor de Teacher College-studenten was een performance maken nieuw en spannend. Zij zijn veel theoretischer bezig en ook meer met lesgeven. Zij vroegen steeds waarom we iets wilden doen. En dan ga je jezelf ook afvragen: waarom eigenlijk? En je moet het dan uitleggen en dat helpt jou ook weer om je skills als docent te trainen. Dat vond ik heel gaaf, die cross-over.

Voor dit onderzoek zijn we naar het Thorbecke College gegaan. We hebben daar gesprekken gevoerd met een jeugdpedagoog en met een dramadocent. We hebben gepraat over contact maken. Beiden hadden los van elkaar dezelfde heldere opvatting: Je kunt enkel echt in contact komen als je puur bent en je jezelf kwetsbaar opstelt. Want als jij dit doet, krijg je dit van de ander terug. Het uitgangspunt voor onze performance was geboren!

We stonden enkel in hemd en korte broek in een spotlight. Naast ons lag verf. We keken allemaal een andere kant op. De medestudenten en docenten kwamen binnen, sommigen pakten een verfkwast en anderen niet. We hadden een audiotape gemaakt. Er klonken herhalende zinnen: “Je moet puur zijn. Ik vertrouw jullie en dat vertrouwen krijg ik terug.” Dat soort mooie uitspraken klonk door de ruimte. Ondersteund door muziek. We probeerden contact te maken met ons publiek. We werden beschilderd en praatten met het publiek. Geen oppervlakkig gesprek, maar echt over hoe het met je gaat. Ik voelde dat het werkte en dat ik echt contact kreeg, wat een bijzonder diepgaand gesprek tot gevolg had. Weet je wat ik het vervelendst vond? Dat de lampen uitgingen en het gesprek voorbij was.

Fotograaf: Carolien Tiedema

Holistisch

Boris: Ik ben positief kritisch. Maar ik weet nog helemaal niet of ik de termen van positief of negatief erbij moet halen. Ik vind het heel goed dat de deelnemers de ruimte krijgen om fulltime ergens aan te werken. Het is echt de moeite waard om daar ook nog meer mee te experimenteren. Omdat versnippering een veelgehoorde kritiek van studenten op het programma is en ik daar als docent ook last van heb. Als ik naar het programma kijk denk ik: al die vakken! Dus het is heel goed dat het Creative Lab uitgaat van een holistische visie op onderwijs. Of dat zeven weken moet zijn weet ik niet. Er zijn mensen die er echt veel hebben uitgehaald, maar er zijn er ook die echt lang hebben zitten worstelen.

Op de praatstoel

Lotte: Op de laatste dag van het Creative Lab hebben we gereflecteerd op de opbrengst voor de eigen ontwikkeling. Het ging er niet over of je het goed of slecht had gedaan, maar het ging over je identiteit als kunstenaar, als theatermaker. Wat neem je mee van wat je geleerd hebt? Boris leidde het gesprek, er waren nog twee studenten die vragen mochten stellen en de student in kwestie werd op de praatstoel gezet.

Het ging er niet over of het inhoudelijk sterk was of dat er een podiumklaar toneelstuk stond. Door deze opzet heb ik alle vrijheid gevoeld om alles te doen wat ik wilde. De reflectie was ook confronterend. Het komt dichtbij, gaat echt over dingen die ertoe doen voor jou. Je wordt aangesproken op dingen die gevoelig liggen.

Het is heel belangrijk voor het Creative Lab dat je je openstelt, dat je op je bek durft te gaan voor de rest van de studenten. Ik wil doorgaan met thematieken die in het Creative Lab naar voren kwamen. Heel belangrijk voor mij is het uit de comfortzone komen. Ik heb een aantal dingen gedaan, zoals improviseren en de straat opgaan; dat was voor mij absoluut nieuw. Uit de comfortzone komen wil ik ook als vormend principe inzetten in mijn rol als docent. Maar wel eerst goed in contact treden en veiligheid bieden aan de leerlingen om vervolgens het kind aan de slag te laten gaan met iets onbekends.

Kan een rizomatische structuur in een onderwijssetting bestaan, onderwijs waarbij je nog geen idee hebt waar het heen gaat?

Peer-to-peer idee

Boris: Wat echt succesvol is aangeboord, is het peer-to-peer idee. Dat hoop ik althans. Dat het nagesprek geen docent-student-gesprek is, maar dat het een collectieve conversatie is. Ik denk dat dat heel goed is. Het geeft je minder de mogelijkheid om je te verschuilen. Elkaar als student aanspreken op je werk, positief of negatief, dat is natuurlijk veel indrukwekkender dan wanneer een docent dat doet.

Rizomatische structuur in een onderwijssetting?

Kan een rizomatische structuur in een onderwijssetting bestaan, onderwijs waarbij je nog geen idee hebt waar het heen gaat? Een netwerk zonder centrale aansturing waarbij iedere wortelstreng met iedere andere verbinding kan maken? Kan het Creative Lab zijn als een rizoom, een constant uitdijend netwerk, zonder begin en zonder einde? We moeten nog afwachten in hoeverre er verbanden zijn gelegd die nieuw zijn en die niet gelegd hadden kunnen worden door het onderwijs zoals het was. Want, dat is eigenlijk wat je wilt: door het oude los te laten, iets echt nieuws laten ontstaan.